De urn van Linde

 

Ooit hoorde ik van mijn buurman Bennie Lenselink (“Bennie-van-de-Bonekamp”)  dat zijn naaste buurman Hemmie Beumer lang geleden,  aan de noordelijke rand van de Lindese Enk langs de Schuttestraat, op een urn met menselijke as en verbrand botmateriaal was gestuit. Hemmie Beumer bevestigde desgevraagd het verhaal en wist me precies te vertellen waar en wanneer hij deze vondst had gedaan. In 1956 was er geel zand nodig, voor de bouw van een kippenhok bij zijn ouderlijke woning op het Noordink aan de Schuttestraat. Waar kon je dat beter weghalen dan een kleine honderd meter verderop, tussen Noordink en Bonenkamp? Daar was in die tijd een enkele meters oplopend stuk land op de enk, dat bekend stond als de Heuvel (1). De laag teelaarde was op die plek minder dik dan elders op de enk. Hemmie haalde daar het nodige gele zand vandaan voor de bouw van het kippenhok, toen hij op iets hards stuitte. Hij bleek een urn kapot gestoten te hebben met resten van menselijk as en botmateriaal.

Bericht over de veiling van de Heuvel uit de (Zutphensche Courant, 20-4-1878)

 

Hemmie Beumer vertelde van zijn vondst aan zijn overbuurman Tonnie Bosch, die geïnteresseerd was en veel af wist van geologie en archeologie. Tonnie is meteen op de plaats gaan zoeken naar scherven van de kapot gestoten urn. Zijn broer Jan Bosch schreef over de vondst het volgende in het boek Linde in de draaimölle (2):

“Al ver voor Christus’ geboorte hebben hier in de enk mensen geleefd en er hun dierbare overledenen volgens heidense rituelen plechtig verbrand. De resterende as werd in een stenen kruik (urn) verzameld en in de bodem geplaatst. In 1956 bij winning van geel zand in de Noordrand van de enk, bij het Noordink, is zo’n urn gevonden. Grotendeels aan scherven, maar wel met as- en botresten. We hebben alles opgezonden naar het Rijksmuseum te Enschede die ons naderhand berichtten, de urn te dateren op ca. 600 voor Christus. Moeder weet zich te herinneren dat haar grootvader wel eens verteld heeft over stenen potjes die men in de grond gevonden had. Daar is verder niets over bekend.”

Toen ik met de broers Jan en Tonnie Bosch over de vondst uit 1956 sprak, vertelde Tonnie dat er op de urn geen sporen van versiering aanwezig waren, maar wel vingerafdrukken en vingersporen van de maker. Dit gegeven past bij een prehistorische cultuur uit de Vroege IJzertijd, die toen in de Achterhoek aanwezig was. Het duidt op de Harpstedt-Nienburg cultuur, waarvan bekend is dat urnen uit deze cultuur geen ingekerfde versieringen bevatten, maar wel vingerafdrukken en vingernagelafdrukken in de rand. Eenzelfde soort urn is gevonden in 1941, in een urnenveld te Wolfersveen (3).

 

Ook de datering van de urn duidt op Harpstedt-Nienburg cultuur, waarvan de westelijke Ems-Hunte groep zich onder andere in de Achterhoek vestigde.  De (Germaanse) Harpstedt-Nienburg cultuur bevond zich tussen de Midden-Europese (Keltische) Hallstatt-C/D cultuur (800-450vC) en de Noord-Europese (Germaanse) Jastorf cultuur (600-100vC).

 

Situering van Harpstedt-Nienburg cultuur

 

Twee soorten Harpstedt urnen, links een oudere uit Wolfersveen (4), rechts  een jongere  uit Neerpelt in België (5), beiden versierd met vingertopindrukken.

 

Waar de urn van Linde is gebleven, is niet meer te achterhalen. Navraag bij de Oudheidkamer Twente, de Provinciale Depots voor Bodemvondsten in Overijssel en Gelderland, museum Valkhof in Nijmegen, het Stedelijk Museum in Zutphen en de Gelderse Archeologische Stichting, heeft niets opgeleverd.

Wel zijn enkele summiere beschrijvingen terug te vinden in de archeologische literatuur (6). Daarin wordt door van Beek gesproken van de mogelijkheid van “een grafveld op de Lindese Enk (…) In de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn op de enk verbrand bot en in de ijzertijd gedateerde scherven gevonden, maar de gegevens zijn wat te summier om met zekerheid van een grafveld te kunnen spreken. De Lindese Enk is gesitueerd op een hoge en brede dekzandrug, waar zeker laat-prehistorische bewoningssporen verwacht kunnen worden”.

Op vallend is de plaats waar de urn is gevonden, namelijk aan de noordoost kant van de Lindese Enk. Dat komt overeen met wat van der Kleij (7) beschrijft over de ligging van prehistorische grafvelden en tumuli rondom Zutphen, waarvan tenminste 81% van de graven op een hoogte ligt en dat “80% van de hooggelegen graven liggen bij of op de noord-oost-zuid rand van de hoogte (…). De westhelft van een hoogte lijkt systematisch te worden vermeden als locatie voor een grafveld en/of grafheuvel. Er lijkt dus bij graven, als groep genomen, een sterke voorkeur te bestaan voor een locatie op of bij de rand van een hoogte, en dan vrijwel uitsluitend de noord-oost-zuidrand. Deze voorkeur voor de oosthelft t.o.v. het midden of de west helft is statistisch significant op 0,1% d.w.z. de kans dat dit waargenomen verschil in voorkeur op toeval berust is kleiner dan 1:1000 (…). Dit kan verschillende oorzaken hebben die te maken hebben met de overwegingen bij de keuze van zowel graflocatie zelf als bij de ligging van het graf ten opzichte van de nederzetting. (…)”

 

 

NEDERZETTING

De vraag is daarmee gesteld of en wat de locatie van een grafveld of grafheuvel zegt over de locatie van de bijbehorende nederzetting in dit gebied. Van der Kleij (8): "Zowel bij nederzettingen als graven bestaat een voorkeur voor plaatsing van de site op een duidelijke hoogte (…). Evenals bij graven lijkt ook bij nederzettingen een voorkeur te bestaan voor situering op de oosthelft van een hoogte en wel op de rand, maar die is lang niet zo sterk als bij de graven. Een behoorlijk aantal nederzettingen ligt midden op de hoogte. (…) Beide site-typen lijken de westkant van hoogten liever te mijden. (…) Als rule-of-thumb bij het opsporen van grafvelden in het landschap binnen deze regio zou men dus kunnen zeggen dat de oostrand van een hoogte, en zeker als op die hoogte al een nederzetting is aangetoond, de eerste plek is om te onderzoeken, en wel binnen een afstand van een paar honderd meter van de nederzetting.”

Dit zou betekenen dat sporen van een mogelijke nederzetting op de Lindese Enk vooral op de oostelijke helft of het midden daarvan gezocht zouden moeten worden. Dat de enk bewoond geweest is in de late prehistorie, staat voor van Beek (9) wel vast.

Hoe zag het leven van de mensen in deze omgeving er toen uit? Daar is wel een en ander over te zeggen. Naast de opkomst van het ijzersmeden wordt deze periode ook gekenmerkt door de opkomst van de landbouw op kleine raatakkertjes, die qua grootte enkele tientallen meters in het vierkant konden zijn en omzoomd werden met aarden walletjes. Mogelijk waren de bewoners van de Lindese Enk in die tijd dus boeren en/of ijzersmeden. Dat laatste lijkt in elk geval aannemelijk, vanwege de veel voorkomende oer in de bodem.

 

Reconstructie van een ijzertijd boerderij bij Wekerom (10)

Contouren van oude raatakkertjes zijn soms nog zichtbaar (11)

 

Ongetwijfeld waren er ook boeren onder bewoners van deze omgeving. De raatakkertjes die zij bewerkten zijn ook wel bekend geworden onder de benaming celtic fields, omdat vroeger werd gedacht dat de Kelten (Celts) deze akkertjes hadden aangelegd. Dat bleek later historisch onjuist, maar de benaming celtic fields is desondanks nog steeds in gebruik. Men heeft ontdekt dat op deze raatakkertjes gewassen als emmertarwe, spelt, gerst, huttentut, duivenboon, pluimgierst, vlas, erwten, linzen, blad- en knolgewassen werden verbouwd. De boeren woonden zelf tussen de akkertjes die zij bewerkten. Niet alle akkertjes werden bebouwd, maar waren braakliggend om de grond een periode rust te gunnen.

Hoe de boerenwoningen en toentertijd uitzagen is te herleiden uit archeologische vondsten die in ons land en andere Noord-Europese landen zijn gedaan. Bij de plaats Wekerom op de Veluwe heeft de Stichting Gelders Landschap een poging gedaan zo’n boerenwoning met raatakkertjes te reconstrueren op de plek waar zij ooit hebben gestaan.

 

VUISTBIJLEN

In Linde in de draaimölle  noemt Jan Bosch ook nog de vondst van twee stenen vuistbijlen omstreeks 1967, gevonden tijdens graafwerk bij de brug over de Veengoot tegenover het Noordink. Dat is niet ver van de plaats waar Hemmie Beumer de urn heeft gevonden. Hij claimt één er van zelf in handen te hebben gehad, maar waar ze zijn gebleven weet niemand. Een schoolmeester uit het Medler zou er wellicht één in zijn bezit hebben gehad, de ander is mogelijk beland bij de familie Robbertsen uit Delden.

Uit zijn herinnering tekende Tonnie Bosch een schetsje van de vorm van de vuistbijlen (zie afb). Hij wist zich te herinneren dat de vuistbijlen puntgaaf waren, kennelijk ook nooit gebruikt. Het is goed mogelijk dat de vuistbijlen uit dezelfde tijd als de urn stammen, want ook in het begin van de ijzertijd werd nog regelmatig gebruik gemaakt van stenen werktuigen.

 

Freerk Boekelo, april 2023

 

Voetnoten

1) Nu is de Heuvel verdwenen; het gele zand is destijds afgegraven en gebruikt voor de verharding van de Schuttestraat.

2) Henk Wullink e.a. (Vorden, 1991), Linde in de draaimölle, p.14

3) Zie: Verlinde, A.D. (1974), Ein Gräberfeld aus der frühen und mittleren Eisenzeit in Zelhem-Wolfersveen Gld.), Berichten R.O.B. 24.

(4) Foto Harry Somsen, vereniging Oud Zelhem

(5) Foto Gallo-Romeins Museum Tongeren

(6) RAAP-rapport 305, eindversie 20-1-1998, p.23 en p.83; Bulletin en Nieuws-bulletin Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond, zesde serie, jaargang 10, 1957, p.51; Roy van Beek, proefschrift Reliëf in Tijd en Ruimte – interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen, 2009, p.228; Gerrit van der Kleij, Prehistorische grafvelden en tumuli rondom Zutphen, Zutphense Archeologische Publicaties 3, p.16.

(7) Gerrit van der Kleij, Prehistorische grafvelden en tumuli rondom Zutphen, Zutphense Archeologische Publicaties 3, p.23

(8) van der Kleij, Prehistorische grafvelden en tumuli rondom Zutphen, Zutphense Archeologische Publicaties 3, p.25-26

(9) van Beek, proefschrift Reliëf in Tijd en Ruimte – interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen, 2009, p.228

10) Bron: By Rasbak (Own work) [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) or CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

11) Foto: Paul Paris, via Google; op de foto raatakkertjes op het Hijkerveld, Drente

 

Dit artikel is ook verschenen in de Vordense Kronyck,

uitgave van de Vereniging Oud Vorden

42e jaargang, nummer 2, december 2013

https://www.oudvorden.nl/ifile/Kronyck/Kronyck%202023%20nr.%202.pdf