Ooit stond in de buurtschap Linde een kapel. Er zijn weinig historische bronnen over die kapel, maar in het boek Linde in de draaimölle (1991) zijn er enkele lezenswaardige bladzijden aan gewijd[i].In 1743 tekende Jan Beijer een vervallen kapel op deze plaats, “geleegen tusschen Voorde en Roerlo”. We herkennen er links van de kapel al de huidige Kapellebultweg en de Lindeseweg tussen de kapel en boerderij Baank. Ondanks de vervallen staat heeft de kapel na de nodige ‘renovaties’ tot aan de afbraak in 1837 dienst gedaan als kapel en school.

[i] H. Wullink (eindred) et al, Linde in de draaimölle, p. 14-18 (Vorden, 1991)

 

Waar bij mijn weten nog nooit over is geschreven, is de vraag waarom er ooit voor is gekozen om een kapel in Linde te bouwen. Was Linde dan belangrijker dan andere buurtschappen in de omgeving.

In algemene zin kan worden gesteld dat kapellen en kerken in de middeleeuwen bij voorkeur werden gebouwd op verhogingen in het landschap, of op een heuvel of een berg. Dat had niet alleen te maken met religieuze redenen, maar bijvoorbeeld ook met geografische. In Linde werd de kapel ook gebouwd op een verhoging in het landschap, ter plaatse nog steeds bekend als de Kapellebult. Reizigers konden zich daardoor gemakkelijk oriënteren in het open landschap. De vraag blijft waarom juist gekozen is voor deze plek, op het westelijke uiteinde van de Lindese Enk.

De veronderstelling dat de kapel is geplaatst op een heilige plek uit voor-christelijke tijd kan waar zijn. Op zo’n plek werd vaak een lindeboom geplant. Van de Germaanse tijd tot ver in de middeleeuwen had de lindeboom een centrale plek in een gemeenschap. “Bij de Germanen was de linde gewijd aan Freya, de godin van liefde, gerechtigheid, huiselijk geluk en vruchtbaarheid. Daarom werd de linde bij de Germanen de rechts- of dingboom (judicium sub tilia) genoemd. In haar schaduw werd rechtgesproken, vergaderd en werden vonnissen geveld. Dit gebruik kunnen we nog tot in de middeleeuwen terugvinden.”(Citaat uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerechtslinde)

We zien voor oude boerderijen ook nog vaak een of meer lindebomen staan, een traditie die nog teruggaat op hoop voor ‘huiselijke geluk en vruchtbaardheid’. Daarnaast was er dan, geplant op een centrale plaats in een gemeenschap, dus nog de gerechtslinde waar vergaderd en rechtgesproken werd: judicum sub tilia (oordeel onder de lindeboom). Het is voorstelbaar dat de buurtschap Linde hier zijn benaming aan te danken heeft.

Dat de Kapellebult een centrale plaats innam bij de lokale bevolking leidt geen twijfel. Behalve bovenstaande kan een verklaring daarvoor kan zijn dat bij de Kapellebult zandwegen van regionaal belang kruisten. Waar belangrijke wegen kruisten ontstonden vaak nederzettingen, want langs deze wegen kwamen ongetwijfeld reizigers en kooplieden voorbij, mogelijk ook vanaf de hessenwegen die door de Achterhoek liepen. Niet voor niets waren de naast liggende boerderijen tevens pleisterplaatsen, zoals de Weerd en Baank aan de Lindeseweg. Alles bij elkaar genomen is het aannemelijk dat de Kapellebult dé ideale plek was om een kapel te bouwen, zowel voor de lokale bevolking als voor passanten.

Om na te kunnen gaan of deze veronderstelling bevestigd kan worden, heb ik het wegenpatroon rond Linde in kaart te brengen aan de hand van een aantal oude landkaarten uit de periode 1640-1822. Het doel daarvan was om het belang van deze wegen te achterhalen. Met name drie kaarten zijn daarvoor geraadpleegd, die bekend zijn geworden als de Geelkerckenkaart (17e eeuw), Hottingerkaart (18e eeuw)  en Kraijenhoffkaart (19e eeuw).

Op andere landkaarten uit diezelfde tijd, zoals die van Willem Blau en Johannes Jansonius, komt Linde als zodanig niet voor. Wel is op deze kaarten herkenbaar waar Linde ligt, namelijk op een kruispunt van twee wegen. Eén weg loopt van Hackfort naar Zelhem, de andere van Lochem naar Hengelo (G).

De eerste kaarten waarop Linde staat vermeld, zijn van de hand van Nicolaas van Geelkercken en Hendricus Hondius, uit de periode 1640-1652. Voor het vervolg van dit verhaal is het belangrijk om te vermelden dat deze 17e eeuwse landkaarten niet zozeer topografische als wel historische kaarten zijn. Dat betekent dat we er geen vergaande topografische conclusies aan mogen verbinden. De gegevens op deze kaarten zijn slechts indicatief voor het toenmalige wegenpatroon. Toch valt er wel iets te zeggen over de informatie die met name van Geelkercken geeft, met daarbij de opmerking dat hij zijn kaart als het ware “op de kop” tekende: het zuiden boven, het noorden onder, het westen rechts, het oosten links.

 

DE GEELKERCKENKAART (17e eeuw)

In 1628 kreeg de landmeter en cartograaf Nicolaas van Geelkercken (1585-1655) de opdracht van het Hof van Gelderland om het hertogdom Gelre in kaart te brengen.

Gebaseerd op het werk van Nicolaas van Geelkercken verschenen vanaf 1640 en de jaren daarna verschillende landkaarten, waarop het wegenpatroon rond en door Linde in kaart werd gebracht. Op een kaart uit 1654 van Nicolaas van Geelkercken zelf, zien we dit wegenpatroon met de Lindese kapel ingetekend. Vanaf deze plek doorkruisten wegen het deels beboste en deels heide gebied van Linde.

Op de volgende afbeelding is een detail uit de kaart van Nicolaas van Geelkercken uitgelicht en 180 graden gedraaid. Het wegenpatroon van van Geelkercken is daaronder weergegeven op een recente topografische kaart, zodat een vergelijking met het heden gemaakt kan worden.

1. Deze weg nr. 1 loopt vanaf het Huis Vorden. In deze weg is al de loop te herkennen van achtereenvolgens de huidige Schuttestraat, Bekmansdijk, Onsteinseweg, Rommelderdijk, Karsendiek, Hengeloseweg en Zelhemseweg.

2. Tussen Vorden en Linde tekende van Geelkercken een afslag naar de kapel van Linde (weg nr. 2), waarin de huidige Kostedeweg al zichtbaar wordt. Waar de Kostedeweg tegenwoordig een behoorlijke bocht maakt ná de gelijknamige boerderij, laat Geelkercken deze weg in rechte lijn doorlopen naar de kapel in Linde. Zouden we hetzelfde doen op een topografische kaart, dan komen we iets ten westen van de Kapellebult uit. Het is dus mogelijk dat de Kostedeweg vanaf de Schuttestraat in vroeger eeuwen als rechte weg naar de kapel en de Kapellebult heeft gelopen. Een aardig detail is dat van Geelkercken aan weerszijden van de Kostedeweg twee boerderijen in zijn kaart heeft getekend. Het gaat hier respectievelijk om ’t Hissink en de Kostede, beiden behorend tot de oudste boerderijen van Linde.                

Aangekomen bij de kapel in Linde splitste de Kostedeweg zich volgens van Geelkercken in twee wegen, die beide uitkwamen op de weg van Ruurlo naar Zelhem, dat wil zeggen op Oude Zelhemseweg (weg nr. 5).

3. Weg nr. 3 was een weg van regionaal belang en loopt langs de Lindese kapel, via de Helderboomsdijk, langs de oostelijke zijde van ’t Zelle naar ’t Zand. Van Geelkercken laat de weg eindigen ter hoogte van ’t Sikkeler aan de Ruurloseweg. Zouden we deze route op van Geelkercken’s historische kaart ondanks voornoemde bezwaren toch topografisch interpreteren, dan loopt die route ongeveer via de huidige Lindeseweg (of de voormalige Lindese Enkweg), Schuttestraat, Maandagweg naar ’t Sikkeler.

4. Weg nr. 4 was mogelijk van groter regionaal belang. Van Geelkercken laat de weg bij de Kapellebult beginnen, maar waarschijnlijker is dat deze weg iets ten zuiden van Linde heeft gelopen (zie hierna). In elk geval liep deze weg richting Wolfersveen, Halle en Halle Heide, Heelweg en Radstake, Aalten en verder naar Munsterland.

5. Weg nr. 5 is de Oude Zelhemseweg, respectievelijk Oude Ruurloseweg. Deze weg is nagenoeg onveranderd sinds van Geelkercken zijn kaart tekende.

6. Weg met nr. 6 was eveneens van regionaal belang. Deze liep ter hoogte van Linde langs of deels over landgoed de Kiefskamp, maar niet direct langs de Kapellebult. Het was de weg van Mossel naar Zelhem, maar dit wegenpatroon is tegenwoordig niet meer herkenbaar. De weg maakte onderdeel uit van de weg van Lochem naar het grensgebied met Anholt en Munsterland en was daarmee ook een verbindingsweg tussen de hessenwegen die langs Lochem en Laag Keppel liepen.

 

DE HOTTINGERKAART (18e eeuw)

Tussen 1773-1794 had de cartograaf Johann Heinrich Hottinger de leiding over een militair-topografisch project om onder andere Oost-Nederland in kaart te brengen. De gedetailleerde (topografische) kaart van Gelderland is tussen 1785-1787 tot stand gekomen en laten de verschillen zien met de (historische) Geelkerckenkaart.

3. Opvallend is dat de weg naar ’t Sikkeler (weg nr. 3) op de Hottingerkaart ontbreekt. Dat wil zeggen, in plaats daarvan zien we dat die weg op de Hottingerkaart na Huis ’t Zelle afbuigt naar Varssel om daarna samen te vloeien met weg nr. 4. Beide wegen liepen elk aan een kant langs Huis ’t Zelle en kwamen samen bij de Vierblokkenweg, ten zuiden van het golfterrein ‘t Zelle en groepsaccomodatie de Haverkamp. Op dit punt begint nu de Vierblokkenweg. Vroeger heette deze weg de Varsselsesteeg, zoals ook op de Hottingerkaart vermeld staat. Deze weg werd echter ook wel de Hessenweg genoemd[i]. Deze benaming bevestigt dat beide wegen handelswegen zijn geweest.

[i] Bron: Rondom de Hessenweg (80), weekblad Contact – Bronckhorst Noord, editie 03-03-2009

Detail van de (gedraaide) Hottingerkaart, met de weg door Linde (3), langs de kapel (K) en de weg onder Linde langs (4). Beide wegen kruisen met de weg van Mossel naar Hengelo (6) die eveneens langs de kapel (K) heeft gelopen.

 

4. Anders dan op de Geelkerckenkaart staat, toont de Hottingerkaart dat weg nr. 4 onderlangs landgoed Kiefskamp liep, dus niet langs maar iets ten zuiden van de Kapellebult. De weg slingerde zich tussen de landerijen ’t Vaalderink en Stapelbroek door. Of beter gezegd, tussen ’t Maalderink (naam ontbreekt op de kaart) en Stapelbroek door. In het huidige stratenpatroon zou het dan gaan om achtereenvolgens Kiefskampweg, Lieferinkweg, Abbinkdijk, Scharfdijk. Vervolgens liep de weg over de westzijde van landgoed ’t Zelle, om daarna samen te komen met weg nr 3. Vanaf dit punt, op de kruising van de Varsselerweg en de Vierblokkenweg, liep de weg verder over ’t Zand, de Veldhoek, Wolversveen, Halle en Halle Heide, Heelweg en Radstake, naar Aalten en Munsterland.

6.  Op de Hottingerkaart loopt weg nr. 6 van Mossel naar Zelhem, maar van Mossel t.h.v. de Windies Vaar (Wientjesvoort) naar Hengelo (G). Op deze kaart loopt de weg wél langs de Kapellebult. Aangezien de Hottingerkaart een topografische kaart is, mogen we er vanuit gaan dat dit gegeven klopt en de weg altijd al langs Hengelo (G) heeft gelopen, dan wel een aftakking had naar Hengelo (G). Bovendien kruist deze weg de beide routes naar het achterland van de Achterhoek, waarlangs ongetwijfeld veel handelaren met hun goederen zijn langs getrokken. Dat geeft aan dat ook deze weg niet onbelangrijk is geweest.

 

DE KRAIJENHOFFKAART (19e eeuw)

In 1798 kreeg de cartograaf baron C.R.T. Kraijenhoff de opdracht om opnieuw een kaart te maken van de hele Bataafsche Republiek. Tussen 1798-1822 werd gewerkt aan de realisatie ervan. Op deze Kraijenhoffkaart staat de Lindese kapel afgebeeld op een kruising van twee wegen, enerzijds een weg tussen de huizen Vorden en ‘t Zelle, anderzijds die tussen Mossel (thv de Wientjesvoort) en Hengelo (G). De wegen op deze komen overeen met de Hottingerkaart, evenals de route van Mossel (t.h.v. Wientjesvoort) naar Hengelo (G).

 

VANUIT LINDE NAAR MOSSEL EN HENGELO (G)

Volgen we op de Kraijenhoffkaart de route vanaf Linde naar Mossel, dan liep deze van de Kapellebultweg, via de Bergkappeweg, Eikenlaan, Ruurloseweg, naar de Mosselseweg.  

Richting Hengelo (G) is de getekende route moeilijker te achterhalen. Het dichtstbij komt de route via Zomervreugdweg, Lieferinkweg, Heideweversweg, Lindensepad (!), Menkhorsterweg en Kreilweg.

Vroeger was het mogelijk om van de Zomervreugdweg via boerderij het Maalderink binnendoor naar de kruising Lieferinkweg-Maalderinkweg te lopen, wat beter overeenkomt met de weergave op de Kraijenhoffkaart.

Detail van de Kraijenhoffkaart, met het kruispunt bij de kapel ruïne in Linde

 

 CONCLUSIE

Op basis van bovenstaande informatie mogen we wel stellen dat Linde niet zomaar een vlek in en open landschap was, maar destijds bij een aantal wegen van regionaal belang lag. Op dergelijke plekken ontstonden ook nederzettingen. Het maakt het aannemelijk dat om die reden ooit is besloten er een kapel te bouwen voor zowel de plaatselijke bevolking als passanten, met pleisterplaatsen als Baank en de Weerd.

 

Dit artikel is ook verschenen in de Vordense Kronyck,

uitgave van de Vereniging Oud Vorden

44e jaargang, nummer 2, december 2025

https://www.oudvorden.nl/ifile/Kronyck/Kronyck%202025%20nr.%202.pdf